De automaat spuugde mijn munt terug en gaf toch koffie. “Dat is nooit een goed teken,” zei de man aan het tafeltje naast me.
Onze trein richting Rotterdam had twintig minuten vertraging. Daan beweerde dat stationskoffie maar twee smaken kende: lava en spijt. Ik zei dat hij zijn eigen beker toch bijna leeg had. “Ik doe gedegen onderzoek,” antwoordde hij. Het was een slechte grap en precies goed op dat moment.
Bij de tweede koffie vroeg Daan hoe oud ik was. Ik zei 31; hij was 33 en vond dat voldoende bewijs dat we allebei beter moesten weten dan geld in een kapotte automaat gooien.
Ik woonde in Haarlem en had een dag vol feedback achter de rug. Daan woonde daar ook, maar reisde vier dagen per week naar Breda. Dat vond ik meteen absurd. Hij vond drie verschillende bussen naar één klantlocatie absurd. We vergeleken routes alsof we al een tijdje ruzie hadden.
Toen de vertraging opliep naar vijfenveertig minuten, haalde hij een tweede koffie. Hij vroeg eerst of ik nog gezelschap wilde. Ik zei ja en betaalde deze ronde. Zijn regenjas hing over de stoel en drupte op de vloer. De man ernaast keek er geïrriteerd naar. Daan schoof de jas zonder discussie onder zijn stoel.
We praatten over gewone dingen. Hij verzamelde oude concertkaartjes, ik tekende tijdens telefoongesprekken lelijke handen. Daan liet een foto zien van een lichtplan dat hij verkeerd had aangesloten, waardoor een serieus toneelstuk roze was begonnen. Ik liet hem een klantlogo zien dat volgens de opdrachtgever “meer maandag” moest voelen.
De aantrekkingskracht zat niet in één groot moment. Ik merkte dat ik zijn mond bekeek wanneer hij lachte. Hij keek naar mijn vingers toen ik op een servet tekende. Geen van ons raakte de ander zomaar aan. We zaten dichtbij omdat het tafeltje klein was, maar onze knieën bleven aan onze eigen kant.
Op het perron werd omgeroepen dat er eindelijk een trein kwam. Daan vroeg of ik liever alleen zat. Ik zei dat hij mee mocht, zolang hij niet opnieuw koffie kocht. We vonden twee plaatsen tegenover elkaar. Mijn tas bleef bij mijn voeten en zijn jas op zijn schoot.
Bij Dordrecht viel de trein opnieuw stil. Daan vroeg of hij mijn nummer mocht. Ik vond dat vroeg en zei dat ook. Hij knikte en stopte zijn telefoon weg. Geen gekwetste grap, geen verkoopgesprek. Daarna praatten we verder over een tentoonstelling die ik wilde zien.
Juist doordat hij de vraag liet rusten, begon ik hem meer te vertrouwen. Bij Rotterdam moesten we overstappen. Op het perron waaide mijn sjaal los. Daan ving hem, hield hem uitgestrekt naar me toe en maakte geen poging hem zelf om mijn nek te leggen.
De laatste trein naar Haarlem was rustig. We zaten naast elkaar. Zijn bovenarm raakte de mijne toen de trein een wissel nam. Geen van ons schoof weg. Ik vroeg nu zelf om zijn nummer. Hij gaf zijn telefoon en liet mij mijn naam invoeren zonder over mijn schouder mee te kijken.
Voor Haarlem zei Daan dat hij aan de noordkant woonde. Ik aan de zuidkant. Hij vroeg of hij me naar huis mocht lopen. Ik zei nee; mijn fiets stond op het station en ik kende hem nog geen twee uur. “Redelijk,” zei hij. “Dan loop ik alleen mee tot de fietsenstalling.”
Onder het betonnen afdak stonden we naast mijn fiets. Ik wilde hem zoenen en kreeg daar ineens zenuwen van. Daan zag het blijkbaar. Hij vroeg: “Mag ik iets minder verstandigs doen dan nog een koffie kopen?” Ik zei dat een kus mocht.
Zijn mond was warm en rook nog een beetje naar slechte koffie. Hij hield één hand aan mijn middel en liet de andere bij zichzelf. Ik pakte zijn regenjas vast en zoende hem opnieuw. Er liepen mensen langs, dus het bleef bij kussen. Niemand hoefde getuige te zijn van meer.
De museumafspraak op zaterdag zetten we meteen in onze agenda’s. Daan stelde voor bij de ingang af te spreken en niet dat hij me thuis kwam halen. Dat vond ik prettig; mijn adres bleef nog even van mij. Hij stuurde later een foto van zijn doorweekte regenjas met de vraag of musea een garderobe hadden. Ik antwoordde dat ik vooral hoopte dat ze betere koffie verkochten.
In bed die avond dacht ik wel aan zijn hand op mijn middel. Ik masturbeerde kort, zonder van onze kus al een seksverhaal te maken dat hij nog niet had gekozen. De opwinding hoorde bij mij. Toen hij de volgende ochtend pas na tienen een gewoon bericht stuurde, was ik opgelucht dat aandacht niet direct veranderde in voortdurende beschikbaarheid.
Op onze museumdate bleek Daan overal de audiotour te willen volgen en ik nergens. We splitsten een uur op en ontmoetten elkaar bij de garderobe. Het voelde goed dat een afspraak niet betekende dat we voortdurend naast elkaar moesten lopen. Bij de lunch vertelde hij enthousiast over een geluidsinstallatie; ik tekende zijn handen op een servet. Hij zag het en vroeg of hij de tekening mocht houden. Ik zei nee, maar beloofde een betere versie als er een volgende date kwam.
Na de lunch liepen we samen naar buiten. Daan vroeg of ik nog een stuk mee wilde wandelen; ik zei dat ik genoeg mensen en kunst voor één dag had gehad. Hij lachte, gaf me het servet dat ik op tafel had laten liggen en liep naar zijn bus. Op de fiets naar huis kreeg ik een bericht met alleen twee koffiebekers en een scheve hand. Ik stuurde een foto van het servet terug. De volgende date bleef staan, maar deze zaterdag was gewoon klaar.
Na het museum volgde nog een wandeling. Op onze derde date sloeg het weer om en stond Daan uiteindelijk druipend in mijn gang.
We hadden gegeten en door de stad gelopen. Geen van ons had veel gedronken; ik één glas wijn, Daan alcoholvrij bier omdat hij vroeg moest werken. Toen de stortbui begon, had ik hem uitgenodigd om te schuilen, niet automatisch om te blijven slapen.
Onze profielen stonden nog op dezelfde leeftijden als bij de eerste stationskoffie: ik 31, Daan 33. De derde date voelde minder meetbaar dan dat.
Ik gaf hem een handdoek en een oud T-shirt. Zijn broek ging over de radiator. We maakten thee en zaten in joggingbroeken op de bank. Daan vertelde dat hij mij wilde, maar geen relatiebelofte aan een nacht wilde vastmaken.
Dat was ook mijn angst. Ik wilde seks en was bang dat hij de volgende ochtend afstandelijk zou worden. Hij zei dat hij een vierde date wilde, ook als we die avond alleen thee dronken. Ik vroeg of hij kon blijven zonder te doen alsof daarmee alles vaststond.
We stuurden allebei een bericht naar iemand die wist waar we waren. Daan had een taxi-app en zijn eigen huissleutel. De regen was geen gevangenis. Hij kon gaan; ik kon vragen dat hij ging.
Voor we seks hadden, vertelde Daan dat zijn vorige relatie was geëindigd doordat hij conflicten steeds met lichamelijke nabijheid probeerde op te lossen. Hij wilde dat niet opnieuw doen. Ik zei dat ik soms seks gebruikte om zekerheid te krijgen dat iemand bleef. We waren niet ineens genezen door het te benoemen, maar herkenden tenminste de val.
Ik kuste hem op de bank. Zijn mond kende ik inmiddels, maar zijn handen nog nauwelijks. Hij legde er één op mijn heup en wachtte. Ik trok zijn T-shirt uit en streek over zijn borst.
Daan vroeg of hij mijn trui mocht uittrekken. Ik zei ja. Hij kuste mijn borsten boven mijn bh en maakte die pas los toen ik zijn hand naar de sluiting bracht. De rust maakte me sneller opgewonden dan gehaast uitkleden.
In de slaapkamer legden we condooms en glijmiddel neer. Ik vertelde dat ik graag gelikt werd, maar niet meteen hard. Daan wilde dat ik zei als zijn baard schuurde. Geen van ons noemde ervaring als garantie.
Hij ging tussen mijn benen liggen. Zijn tong begon te laag; ik stuurde hem hoger. Daan veranderde het ritme en hield mijn dij vast. Ik kwam met mijn vingers in zijn haar zonder eraan te trekken.
Na mijn orgasme kreeg ik kort buikpijn. Daan wilde een kruik maken en kon mijn keukenkastjes niet vinden. Ik wees hem de verkeerde lade, waardoor bestek op de vloer viel. We stopten volledig, ruimden samen op en wachtten tot de pijn weg was. Pas daarna vroeg ik zelf om penetratie.
Daarna nam ik zijn lul in mijn mond. Hij waarschuwde toen hij dichtbij kwam. Ik stopte omdat ik penetratie wilde. Daan deed een condoom om en ik ging bovenop zitten.
Ik liet hem langzaam in me komen. Mijn heup vond kleine bewegingen prettiger dan diepe stoten. Daan hield mijn middel vast en vroeg of hij meer mocht bewegen. Toen ik ja zei, draaiden we op onze zij.
We kwamen niet tegelijk. Hij kwam in het condoom; ik was al klaar en vond het fijn hem te voelen ontspannen. Daarna controleerden we het condoom en maakten schoon.
Daan bleef slapen omdat we dat opnieuw kozen. In de ochtend hing zijn regenjas nog nat aan mijn kapstok. Hij maakte koffie die beter was dan op het station en vroeg of ik vrijdag mee wilde naar een klein concert. Dat werd onze vierde date.
De jas bleef die dag per ongeluk bij mij. Ik dacht heel even dat het een truc was, maar Daan had hem gewoon vergeten en werd op weg naar werk opnieuw nat. Zijn spullen in mijn gang voelden niet als een claim. Vooral omdat hij bij het weggaan niet had gedaan alsof één nacht hem ineens toegang gaf tot de rest van mijn week.
Daan liet de regenjas twee dagen later ophalen tijdens de lunch. Hij kwam niet onaangekondigd binnen, maar appte beneden. Ik bracht de jas naar buiten en we zoenden bij de voordeur. Hij zei dat de eerste nacht voor hem goed voelde en dat hij tegelijk bang was te snel in mijn routine te komen. We spraken af minstens één avond per week zonder date te houden. In het begin klinkt afstand plannen raar; voor ons hield het verlangen vrij.
De vierde date bij het concert eindigde met een kus bij zijn bus. Ik ging niet mee naar zijn huis. Daan stuurde later een geluidsopname van het applaus en ik een foto van de regenjas. Ons verhaal kreeg zo ruimte tussen de nachten, niet alleen erbinnen.
In de maanden daarna hing de regenjas steeds vaker aan mijn kapstok en werd de vraag wat wij precies waren steeds moeilijker uit te stellen.
“Ik draai de deur dicht, maar jullie kunnen via de gewone uitgang weg,” zei Mo, de café-eigenaar. Daan kende hem van het theater in Breda. We zaten in een klein café in Haarlem toen de laatste gasten vertrokken.
Mo liet ons onze thee opdrinken terwijl hij achterin de kas telde. Geen alcohol meer en geen seksuele handelingen in een zaak waar personeel werkte. De extra tijd was alleen voor een gesprek dat Daan en ik al weken uitstelden.
Mo kende Daan al sinds voor zijn 30e en maakte daar graag grappen over. Daan was nu 33, ik 31; dit was het eerste gezamenlijke jaar waarin samenwonen echt ter sprake kwam.
Sinds de regenjas aan mijn kapstok waren we steeds vaker samen. Daan sliep drie nachten per week bij mij en reisde vanuit mijn huis naar Breda. Toch hadden we nooit uitgesproken of we exclusief waren.
Voor het exclusiviteitsgesprek hadden we allebei opgeschreven wat het woord betekende. Voor Daan betekende het geen seks of romantische dates met anderen. Voor mij betekende het ook transparant zijn over terugkerend flirten. We kozen zijn kern en voegden toe dat onduidelijk contact besproken werd zonder meteen schuld vast te stellen. Geen van ons hoefde vriendschappen op te geven.
Ik begon ermee. Ik wilde exclusiviteit, maar niet dat mijn huis automatisch ons huis werd. Mijn werk als illustrator vroeg stilte. Daan wilde hetzelfde en miste een plek voor zijn kabels, concertkaartjes en uren muziek luisteren.
Hij zei dat samenwonen misschien minder reizen betekende. Ik schrok van het woord. Niet omdat ik hem niet wilde, maar omdat zijn vergeten regenjas iets anders was dan al zijn spullen.
Daan maakte geen grap. Hij zei dat hij eerst exclusief wilde daten en pas later woningen bekijken. Ook wilde hij een eigen hoek of kamer, zodat samen zijn niet betekende dat we iedere avond dezelfde activiteit deden.
We bespraken geld, reistijd en huishouden zonder een besluit te forceren. Ik verdiende wisselend als freelancer; hij had een vast contract. Een gezamenlijke huur mocht mij niet afhankelijk maken van zijn inkomen. We zouden vooraf vaste bijdragen en een noodplan vastleggen.
Mo kwam vragen of alles goed was en wees nogmaals de uitgang. We betaalden onze rekening en hielpen geen stoelen stapelen; hij was aan het werk. Buiten bleven Daan en ik even onder de luifel staan.
Ik vertelde dat Mo’s grap over vroeger me even een buitenstaander had laten voelen. Daan legde niet alsnog hun hele jeugd aan me uit, maar vroeg wat ik nodig had. Ik zei dat ik zijn vriendschappen wilde leren kennen zonder direct een gezamenlijke geschiedenis te moeten inhalen. Daarna vroeg hij of ik naar mijn huis of het zijne wilde.
Ik koos mijn huis. We liepen samen, met ieder een eigen sleutel en de vrijheid bij de voordeur anders te beslissen. Binnen hing zijn regenjas nog aan mijn kapstok omdat het opnieuw regende.
In de slaapkamer zoenden we. Daan vroeg of het gesprek me dichterbij of juist moe had gemaakt. Beide, zei ik. Ik wilde aanraking, geen lange seks. Hij trok mijn trui uit en kuste mijn borsten.
Ik raakte zijn lul door zijn broek en trok hem later met mijn hand af. Daan gebruikte zijn vingers bij mij. We hadden geen penetratie. Ik kwam langzaam en hij later in een doek.
Daarna opende niemand een woningapp. We sliepen. In de ochtend maakte Daan koffie en ging naar zijn eigen huis om de dag alleen door te brengen. Exclusiviteit had onze behoefte aan ruimte niet opgeheven.
Twee maanden later zagen we een huurhuis met een kleine extra kamer en een diepe kast voor geluidsmateriaal. Bij de bezichtiging liepen we ieder apart door de ruimtes en vergeleken daarna notities.
Bij de woningbezichtiging vroegen we naar twee afzonderlijke werkplekken en de treinverbinding naar Breda. De makelaar noemde de extra kamer een toekomstige babykamer. We corrigeerden haar niet met persoonlijke plannen, maar noemden het mijn atelier. Ons volgende huis hoefde geen standaardverhaal te volgen om gezamenlijk te zijn.
Bij de tweede bezichtiging testte Daan de akoestiek door in zijn handen te klappen. Ik deed alsof ik hem niet kende. Daarna maten we of mijn tekentafel door de deur paste. De makelaar keek ongeduldig, maar we namen de tijd. Een gezamenlijke voordeur was te groot om uit romantische haast te kiezen.
We kregen het huis niet; een ander bood meer. Ik huilde van teleurstelling en Daan wilde meteen verder zoeken. Ik vroeg om een week pauze. Hij ging terug naar zijn eigen woning en stuurde alleen koffiegrappen. Het huis waarin we later samenwoonden kwam pas maanden daarna.
Toen we uiteindelijk een ander huis vonden, namen we Mo mee voor een eenvoudige maaltijd. Het café bleef zijn werkplek; ons nieuwe adres werd privé. Hij bracht koffiebonen als cadeau en zei dat Daan nu eindelijk op tijd kon reizen. Dat bleek niet waar.
We schreven ons niet direct in. Pas na een tweede bezoek maakten we een budget en afspraken over eigen kamers. Het cafégesprek veranderde alles niet door één romantische zin. Het gaf ons genoeg concrete vragen om later bewust dezelfde voordeur te kiezen.
Precies een jaar na onze ontmoeting op station Breda stonden de verhuisdozen in ons eerste gezamenlijke huis.
“Die doos zei slaapkamer,” zei ik toen Daan de koffiemokken uit een krat met handdoeken haalde. De verhuizers waren net vertrokken uit ons eerste gezamenlijke huis in Haarlem. De verhuizers waren weg. Onze goede stemming ongeveer ook.
We hadden in het café maanden eerder besproken dat samenwonen alleen werkte met eigen ruimte. Ik kreeg de kleine kamer voor mijn illustratiewerk; Daan kreeg een hoek voor zijn geluidsapparatuur en concertkaartjes. Op papier klonk dat volwassen. In werkelijkheid had hij een kabelkist midden in mijn kamer gezet.
Ik snauwde dat zijn spullen overal lagen. Hij wees op mijn zes dozen met alleen ‘papier’ erop. We waren moe, bezweet en hadden sinds de lunch niets gegeten. Dit was niet het moment waarop een filmstel elkaar tegen een lege muur duwt.
Daan zette zijn kabelkist in zijn eigen hoek en bestelde eten. Ik vond lakens, maakte het bed op en bood excuses aan voor mijn toon. Hij zei dat hij zelf ook chagrijnig was. Geen van ons gebruikte de verhuizing of onze relatie als argument dat de avond romantisch moest worden.
We aten noedels op de vloer. Daan vond twee plastic bekers en schonk water in. De regenjas van onze derde date hing inmiddels aan onze gezamenlijke kapstok. Ik wees ernaar en zei dat die tenminste meteen een vaste plek had gevonden.
Na het eten gingen we samen douchen omdat de warmwaterketel wonder boven wonder werkte. Daan waste stof uit mijn haar. Ik streek met mijn handen over zijn rug en voelde verlangen, maar ook hoe zwaar mijn armen waren. Toen hij me zoende, zei ik dat ik geen uitgebreide seks wilde.
Hij vroeg wat wel prettig leek. Naakt in het schone bed liggen, zei ik. Misschien aanraken, zonder doel. We droogden ons af en liepen tussen dozen door naar de slaapkamer. Onze telefoons bleven in de keuken aan de oplader.
Onder het dekbed kuste Daan mijn hals. Zijn hand ging over mijn buik en bleef boven mijn slip totdat ik die zelf uittrok. Ik raakte zijn lul door zijn boxer aan. Hij werd hard, maar deed niet alsof zijn lichaam nu een belofte van mij had gekregen.
Ik wilde graag klaarkomen. Daan gebruikte zijn vingers en het kleine speeltje dat we in mijn toilettas hadden gevonden. Hij zette het laag tegen mijn clit en hield een gelijkmatig ritme. Ik kwam rustig en drukte mijn gezicht tegen zijn schouder.
Daarna vroeg ik wat hij wilde. Hij zei dat mijn hand genoeg was. Ik trok hem langzaam af terwijl hij met zijn vingers door mijn haar ging. Toen zijn ademhaling versnelde, pakte hij een doekje uit het nachtkastje. Hij kwam over mijn hand en ruimde zelf op.
We hadden geen penetratie en geen tweede ronde. Daan viel bijna meteen in slaap. Ik lag nog wakker omdat ergens een kraan tikte. Rond drie uur vond ik de hoofdkraan en een losse keukendoek. Het huis voelde nog lang niet van ons.
In de ochtend werd ik wakker van een koffiezetapparaat dat Daan tussen de dozen had gevonden. Hij kwam binnen met twee verschillende mokken. De ene had een oor, de andere niet. “Net Breda,” zei hij, “maar nu kunnen we klagen zonder treinvertraging.”
We dronken in bed en maakten een nieuwe lijst. Eerst de lekkende kraan, daarna mijn werkkamer en pas later de rest. Samenwonen bleek geen romantische finale die alles oploste. Het was ruimte maken, moe mogen zijn en opnieuw kiezen hoe dichtbij we die dag wilden liggen.
Die middag vonden we de doos met Daans concertkaartjes terug. Hij wilde ze meteen aan de muur hangen; ik wilde eerst schilderen. De discussie duurde onnodig lang. Uiteindelijk kozen we een lade en één wissellijst. Samenwonen betekende niet dat iedere herinnering van hem mijn interieur moest worden of andersom.
Onze seks veranderde de eerste maanden ook. Soms was er minder spontaniteit omdat we elkaar iedere avond zagen. Op andere dagen raakten we elkaar juist even aan tussen koken en uitpakken. We bleven het vrije blok uit eerdere gesprekken gebruiken, maar noemden dat niet “seksavond”. Eén keer gebruikten we het om zwijgend kasten te bouwen en vroeg te slapen.
De lekkende kraan bleek een los ringetje. Daan repareerde hem terwijl ik de instructie voorlas. Daarna stond hij met natte handen in de keuken en trok me tegen zich aan. Ik wilde wel zoenen, niet opnieuw naar bed. Hij maakte daar geen bewijs van afnemend verlangen van. We aten restjes uit dezelfde pan.
Een week na de verhuizing nodigden we vrienden uit. Iedereen vroeg hoe onze eerste nacht was geweest en bedoelde waarschijnlijk alleen slapen. Daan antwoordde dat we noedels hadden gegeten en de kraan hadden gerepareerd. Ik was dankbaar dat hij niets intiems gebruikte als grappig groepsverhaal. Later, toen de deur weer dicht was, kusten we in de keuken en hadden wel lange seks. Niet omdat het moest worden ingehaald, maar omdat we die avond uitgerust waren.
De twee koffies stonden op de vensterbank toen we weer dozen gingen openen. Op het station hadden we niet geweten waar de treinrit eindigde. Nu hadden we een voordeur met twee sleutels en genoeg plek om soms alleen te zijn. Dat was voor ons het echte thuiskomen.
0 reacties
Reageer op het verhaal, deel je mening en antwoord op andere lezers. Reacties blijven overzichtelijk in threads.
Er zijn nog geen reacties. Start als eerste het gesprek.